Effe spuien

De afgelopen week met maar een werkdag, is een volle goede week geweest.
De eerste vrije dag hebben we de zolder ontruimd, de tweede dag hebben we
mijn dochter Willeke verhuist. Dag drie hebben we ons eigen huisje goed aangepakt.
Eergisteren heb ik kussentjes en dergelijke gemaakt voor het tuinset wat goed is gelukt.
Gisteren zijn we gezellig wezen shoppen, vandaag gaat alles op een laag pitje.
Vandaag gaan we gewoon genieten van het prachtige weer. Moederdag, tja, ze is net verhuist
en de OV-kaart is alleen door de weeks geldig, dus is ze er niet. Dus kan ik het weer schudden
wat betreft het ontbijt op bed. Maar vooruit maar zolang kids het maar naar de zin hebben he?
Morgen gaat ze voor het eerst slapen in haar eigen kamertje. Ik ben benieuwd.
Gaat gewoon goed natuurlijk maar ik ben gewoon erg benieuwd.
Om een of andere reden is het uitzonderlijk stil in huis. Grote kletskoek eigenlijk, gezien het
feit dat ze, zeker het laatste jaar maar een keer per week thuis kwam, een enkele keer twee keer. Toch voelt het vreemd definitief aan. En het is heel gek maar je wordt gewoonweg gedwongen om
je weer naar jezelf te richten. (en dat is maar goed ook) Ik heb maar één kind en dit is dus ook de eerste keer dat ik een dergelijk soort afscheid mee maak. Dus als het gek klinkt wat ik zeg kan ik je vertellen, ik voel het net zo, gek.
Het is algemeen bekend, er komt een tijd van loslaten en meer van dat soort bla bla. Dit soort uitspraken horen is één ding, ze ondervinden of beleven, is twee.
Tegen mezelf zeg ik; het is een prachtige jonge vrouw die met twee beentjes op de wereld staat.
Ze is nuchter, praktisch en helemaal van deze tijd. Ze handelt niet impulsief maar doordacht, wat ik een machtig mooie eigenschap vind.
Zoveel als maar mogelijk is geweest heb ik getracht haar te beschermen voor allerlei maffe dingen die buiten mij om gebeurden, terwijl ik zelfs op die momenten wist dat ik dat nooit vol kon blijven houden. Uiteindelijk zal ook zij haar eigen leerschool beleven en ernaar handelen, ook zonder ma in de buurt. Het speelde al een jaar of twee dat ze met de gedachte liep op kamers te willen, beurtelings liet ze het weer varen om daarna toch weer wel graag te willen. Maar dat het eraan kwam, tja, dat wist ik. Maar goed, om een of andere reden voelt het goed, ze is eraan toe. Dat merkte ik overal aan. Het is ook beter voor haar, beter voor haar ontwikkeling in alles.

Nu mag ik dus weer voor mezelf gaan leven hoewel er natuurlijk altijd een deur open blijft, kan ik nu gaan en staan waar en wanneer ik dat maar wil. (pfft, of dat nooit heeft gekund) En nadat ze van de week dus s’morgens weer naar school ging om niet meer terug te komen, ben ik dus van de weeromstuit begonnen met het aankleden van het tuinmeubelset. Ik ben er best trots op, het is goed gelukt en het staat nog eens leuk ook. (ben trots op mezelf)
Hoewel het ook zaak is dat ik met mijn werk bezig blijf, zal de invulling van mijn dagen een buitengewone rol gaan spelen.
Nu kan ik mij weer gaan richten op mijn tekenen en schilderen en soms een beetje schrijverijen.
Je zult denken, dat geldt toch voor iedereen, klopt maar ik denk nu even voor mezelf. Als je het uitspreekt is het dood normaal maar de werkelijkheid is toch een ietwat anders. Er komen emoties, gevoelens los waarvan je het bestaan niet eens durfde te vermoeden. Je weet dat ze er zijn maar voelt ze pas dan wanneer je ze niet hebben wilt. Goed, oké het zij zo. Ze zit op kamers nu en ik zie haar pas weer in de vakantietijd, nou en de zomervakantie is toch weer zo?

Posted in Gewoon, dingetjes | Tagged , | Leave a comment

Op kamers.

Op kamers.

Zodra ik gestommel hoorde in de woonkamer stond ik op, ik wilde ze nu niet missen. Samen ontbeten en samen een sigaretje gerookt. Nog wat spulletjes gepakt en ondanks dat we hebben geprobeerd om zoveel mogelijk over te brengen naar Breda moet ze toch nog een flinke tas mee sjouwen. Als ik dat zie, voel ik mij een ontaarde moeder maar bedacht dat ze op het laatste moment toch nog meer mee wilde nemen. Vandaag gaat ze weer naar school en naar haar kamertje.
Het kamertje is twee hoog voor. Dat ze in eerste instantie in dat krot nog mensen laten wonen is mij een raadsel maar de huur is goedkoop en dicht bij school en ook nog eens in het centrum.
Toen we daar aankwamen twee dagen geleden en de woning voor ‘t eerst zagen, dacht ik dat het wel te overzien was. Toen zij de voordeur opende met haar eigen sleutel en de deur open duwde begon mijn keel dicht te knijpen. Een gevoel van walging wriemelde door mijn lichaam bij het zien van dit, tja hoe moet ik het noemen, spinnenweb. Dat is voor mijn gevoel de juiste benaming. Mijn eerste ingeving was te bellen naar een schoonmaakploeg zoals je die wel in televisie programma’s ziet. Die op laten trommelen en de weg voor ons schoon laten maken zodat we een vrije doorgang zouden hebben.
‘Niet doen.’ vertel ik mezelf, ‘het is haar eigen keus geweest.’ Twee van die vieze vuile trappen hebben we moeten lopen. De beestjes kriebelen nog om mijn lijf heen als ik er alleen maar aan terug denk.
Hier en daar ontbrak zelfs een stuk trapleuning en door de rotzooi die er ligt is het zelfs gevaarlijk te noemen om er op te klimmen. Doordat er in snel tempo van kamer verwisseld wordt, stond overal rotzooi wat het verhuizen behoorlijk bemoeilijkte. Eenmaal bij het kamertje aangekomen zien we daar een bankstel staan, een driezitsbank die diep, lomp en zwaar was. Hoe die daar in Godsnaam binnen is gekomen is geloof ik voor iedereen een raadsel. Punt was; hij moest er weer uit!
Dat brak op, evenals de vuiligheid die we aantroffen.
Het mag best gezegd worden dat ik absoluut geen Miep Kraak ben of Truus de Mier, maar dit sloeg alles. Ik probeerde uit alle macht al wat buiten het kamertje viel, geestelijk buiten te sluiten zodat ik me niet belemmerd zou voelen in ons uiteindelijke doel: zorgen dat mijn dochter een mooi kamertje kreeg, een rustpunt in haar intensieve, drukke schoolperiode. Dat moest en zou gaan lukken!
Als mijn partner er niet bij was geweest, had ik niet geweten hoe we het hadden moeten doen. Hij was mijn rots in de branding en was er gewoon. Toen wij beneden waren om spullen naar boven te sjouwen heb ik even gejankt, als een klein kind en bedacht me hoe ik in Jezus’ naam mijn kind hier achter zou kunnen laten in deze dump. Maar het schijnt heel normaal te zijn, niemand kijkt er ook van op dus waarom ik wel? Zodra ik mijn schoonmaak middelen boven had ben begon ik met schuren en poetsen om er weldra achter te komen dat het bijzonder weinig zin had. Toch ben ik door gegaan tot het kamertje zo schoon als maar mogelijk was. Inmiddels hadden de twee W’s het bed en de ombouw boven gebracht en kon er geklust worden. Geschoven, gepast en gemeten. Uiteindelijk is het een heel lief kamertje geworden, gelukkig. Nieuwsgierig als ik ben sloop ik naar een van de keukentjes om eens te kijken hoe de stand van zaken daar was, dat kan ik niet eens vertellen. En ook al zou ik het vertellen, je kunt je er geen voorstelling van maken, zo verschrikkelijk smerig het er uitzag.
Maar goed, voor mijn dochter zal het een stuk rust brengen nu ze niet meer per sé om zes uur het huis hoeft te verlaten, doordeweeks samen met haar klasgenoten nog iets kan gaan drinken of wat meer tijd op school door kan brengen om een van haar projecten af te maken. Samen met de meiden in het huis gaan sporten. Ze loopt nu van alles mis omdat ze onderweg moet. Als ze daar woont, is ze binnen tien minuten lekker ‘thuis’ en kan tijd voor haar zelf besteden in plaats van het constante reizen, wachten en lopen om uiteindelijk na drie uur onderweg te zijn vermoeid op de bank te ploffen om nergens meer toe in staat te zijn. Nu is het voor haar mogelijk om een sociaal leven op te bouwen en zich in haar opleiding te ontplooien.

Nu ik dit alles opschrijf weet ik dat het alleen maar goede dingen voor haar zal brengen. En ik heb er ook vrede mee, het is haar toekomst die nu begint maar het lijkt zo definitief. Doordeweek gaat ze naar school en in de weekenden werkt ze in onze oude woonplaats. Dus, als ik al een beetje controle had dan ben ik zelfs dat kleine beetje kwijt. Het laatste jaar zag ik haar toch al niet veel meer en dat wordt nu uitgerekt naar de vakanties toe. Dus is dat een keer of drie per jaar. Nou ja, tegen mezelf zeg ik, het wordt tijd je eigen leven weer te leven.

Posted in Gewoon, dingetjes | Tagged | Leave a comment

Help!! mijn dochter wil op kamers!

HELLUP!! Mijn dochter wil op kamers!!!!

Na een weekje braaf aan het werk te zijn geweest, netjes elke dag op en neer, zo’n 190 kilometertjes.
Kom je thuis op de vrijdagavond, en je denkt, aaaaaaaach weekend.

Nou een doorsnee gezin zijn we niet of nooit geweest en wat ik nu eigenlijk verwachtte weet ik ook niet goed. Een lekker avondje voor de buis misschien? Nee, televisie kijk ik bijna niet meer, omdat je avond opgeslokt wordt door dat ding. En waar kijk je eigenlijk naar? Er komt geen fluit op dat ding, dus een beetje achter de computer of zo. Doet er niet toe, ik ben vrij en mag lekker twee hele dagen doen waar ik zin in heb.

Met een smak gooi ik de voordeur dicht, ik ben een beetje chagrijnig. Mijn tas ik loodzwaar en ik loop te bedenken wat ik er in godsnaam allemaal in heb gestopt. Ik sjouw me een breuk, dus daar ben ik een tikkeltje gepikeerd over.
De loodzware tas gooi ik op een kattenbak, want mijn stoel is bezet. Opruimen is nooit mijn sterkste kant geweest en een stoel is altijd in de buurt.
Mijn huisgenoten geef ik een dikke smakkerd. Blij dat ik thuis ben. Terwijl ik naar mijn dochter loop die achter de computer zit en kijk ik heel vluchtig waar ze naar zit te kijken op het internet. En zie vol ongeloof kamers, huurprijzen en dergelijke, nog voor ze de site kon sluiten. Mijn bloed kruipt in mum van tijd naar mijn oren, men nekharen gaan overeind staan en ik kon mezelf niet op de vingers tikken om op een rustige toon tegen haar te praten. Ik was dus overduidelijk helemaal van de kaart.

Je weet dat het komen gaat, je weet dat het een keer gaat gebeuren. Uiteindelijk heb je er alle vertrouwen in dat het nog even op zich laat wachten. Ze heeft immers laten weten dat ze zeker het eerste jaar op haar nieuwe school, deze stap niet zal gaan zetten. Voor wie is dit beter?? Voor mij natuurlijk, kan ik ten minste mezelf op een rustige manier erop voorbereiden. Nou dat kan ik dus op mijn dikke buik schrijven met een dikke viltstift! Het eerste half uur ben ik dus aan het spuien als een dol dwaze moeder, om te proberen haar wat reden in te fluisteren. Uiteindelijk verteld ze me dan dat ze bij een aantal vriendinnen is geweest en dat die het zo gezellig hebben gemaakt. Het is echt leuk ma, en ik ben het reizen nu al beu. Ik zeg haar dat ik alles zwart op wit wil zien, alle uitgaven, alle inkomsten, wat ze nodig heeft en ga zo maar door. Heel nuchter somt ze me op wat haar inkomsten zijn en wat ze kwijt is aan alle lasten, mocht ze de knoop door willen hakken.
We kijken elkaar aan, ik zeg haar dat ik even wil bekomen van mijn tripje naar huis, we hebben het er zo nog over.

Tijdens mijn maaltijd laat ik het kwartje even vallen. Ze is negentien, in godsnaam. Ze wil midden in het leven staan, het beleven, met al zijn gruwelijk leuke en minder leuke dingen.
Ik liep naar haar toe en zei; “kom eens hier”. Ze stond voor me en we knuffelden elkaar even en ik zei haar dat ik het helemaal niet zo erg vond dat ze op kamers wil, maar als je het alstublieft maar met je gezonde verstand doet.

Wat is nu het punt? Ik ben alleen maar bang haar kwijt te raken, da’s alles. En de tranen prikken achter mijn ogen, ze willen eruit. Maar dat ga ik haar niet aandoen, geen schuldgevoel. Geloof me, ik wil het wel, maar wat zou het leuk zijn als ze dus ook daadwerkelijk de tijd van haar leven zal hebben tussen al haar vriendinnen en dicht bij haar school.

Een beetje wanhopig mag ik me wel voelen denk ik. Ik raak ze langzaam maar zeker kwijt. Ze slaat binnen niet al te lange tijd haar vleugels uit, en ik kan en mag ze niet tegenhouden.

Mijn God, wat is dit moeilijk……

Posted in Gewoon, dingetjes | 1 Comment

File…

File…

Ken je dat? Je bent klaar met je werk en je mag naar huis. Heerlijk! Het scheelt zeker een half uurtje, dus denk je; Yes! Hopelijk geen files. Alles wordt startklaar gezet, geplakt en gehangen in de auto, je weet immers nooit of je onderweg gebeld wordt of iets dergelijks. Zeker als je een eind onderweg moet, kun je maar beter comfortabel op pad gaan. En niets hebben wat je aandacht van de weg afhoudt, zoals een telefoon, die je niet op kunt nemen onderweg, de Tomtom, die mag zeker niet vallen, en dan uiteraard de uitneembare radio waar de juiste cd in moet. Al naargelang je bui natuurlijk. Zit je kont goed in de stoel? Is de afstand tussen je voeten en je pendalen oke? De telefoon wordt gekoppeld aan de mini-ufo, erg makkelijk, en je kunt bellen en gebeld worden, zonder je handen van het stuur af te halen.

Dan kan je dus vertrekken.

Eenmaal op de grote weg krijg ik het nummer te horen van Bert Kamphaert, ik weet niet of ik het goed schrijf. Maar hij heeft prachtige muziek in elk stukje emotie wat je maar kunt bedenken. Tja, daar heb je de eerste, een file, het valt mee, we kunnen rustig blijven rijden en heel toepasselijk wordt daar dan het nummer van Bert gespeeld, File. Ik moet lachen als ik het nummer op het display van de radio op zie lichten. Ja, het klopt, een dikke file. Maar het maakt niet uit, je bent onderweg naar huis.

Een half uurtje later, we konden gewoon op een normaal tempo doorrijden, vliegt er eentje voorbij! En ik reed al 130!! En tien seconden later moest de man remmen of zijn leven ervan af hing. De klojo.

Aan de andere kant van de grote weg was een ongeluk gebeurd, en niet zo’n kleintje ook. De sukkels die voor mij reden moesten toch even zien wat er gebeurd was, stel dat je iets mist!!! Weten ze dan niet dat ze hartstikke gevaarlijk bezig zijn? Dat ze een gevaar zijn voor henzelf en hun mede weggebruikers? Hoe idioot kun je toch zijn om daar voor op de remmen te gaan?

Als er nu verder niemand anders op de weg aanwezig was, zou ik zeggen ja!, Rijd eens wat rustiger, en toch ook weer niet.  Mensenlieve, je lijkt wel een ramptoerist, nee je lijkt er niet op, je bent er een! Wees in godsnaam blij dat je er zelf niet bij betrokken bent en laat de hulpdiensten hun werk doen.

Het is ongelooflijk dat mensen deze stunt uithalen op de snelweg, die zelfde snelweg waar je met een hele boel geluk heelhuids uitkomt, vooral als je zulke stuntmensen op je weg hebt…. Ik ben de laatste die beweert een uitmuntend chauffeur te zijn hoor, maar naast het irritante bumper kleven, zonder richting aangeven een ander gedeelte van de weg op gaan, is dit toch wel een van de meest achterlijke aanwensels die je maar kunt bedenken. Een file veroorzaken omdat jij zo nieuwsgierig bent en op je remmen gaat om te zien hoe erg het wel niet is aan de overkant. Door jou gestunt is het goed mogelijk dat jij een ongeluk veroorzaakt  aan jouw kant van de weg.

… zucht…

Buiten het feit dat mijn hart bijna mijn keel uitkroop, en ik nog een half uurtje daarna heb zitten bibberen van de schrik, gaat het wel prima. Maar wat had ik dat mens met liefde en plezier een lekker pak slaag willen geven…

Posted in Gewoon, dingetjes | Leave a comment

Sci Fi droom

Sci Fi droom.

Mijn grootste angst, het doodrijden van een levend wezen.
Kijk op die grote brede lange snelwegen die onze Nederlandse land doorkruisen, kijk eens
naar de ruimten die wij met zijn allen bevolken, bevuilen en verwoesten.

Ik was altijd erg blij dat ik niet elke dag de snelweg op hoefde, als je je kop in het zand steekt, zie je immers niets he? Zolang ik maar lekker in mijn velletje zit, heb ik er niet zo’n erg in, maar kom maar eens goed voor de dag als je slecht hebt geslapen. Dan ben je wat emotioneler, korter in de kar, of geef er maar een benaming aan. Een heel fout emotioneel muziekje in de auto en je hebt alle componenten bij elkaar om er als een wrak uit te zien met de daarbij behorende gedragingen.

So be it, soms heb je wel eens van zulke dagen.
Zo ook afgelopen week, ik had pijn in mijn lijf, probeerde dat te verdoezelen. Maar helaas is er zo af en toe geen ontkomen meer aan, ik moet ermee weg. Slechte nachten, karige maaltijden, niet genoeg tijd en meer van dat gedoe.
Maar wel elke dag een dik uur, soms anderhalf uur rijden om bij mijn baas te komen, wat ik overigens en met uitroeptekens, graag doe.

Mijn vriendje had een nieuwe CD voor me gebrand, dus opgezet voor ik ging rijden. Eentje van Michael Jackson, met zijn mooiste nummers. Ik was al een eindje onderweg en was ter hoogte van Rotterdam, richting Den Haag. Daar zie je voor je een baan of zes naast elkaar, met afritten erbij, die nogal golvend verlopen. Uiteindelijk wel mooi om te zien hoe al dat blik, glinsterend in de zon over die wegen samen en weer van elkaar afstroomt. Je rijdt voorbij prachtige bossen, een enorme tegenstelling omdat je jezelf middenin dat blikken, golvende stromende verkeer zit.
De vangrail, een troebel beeld dat weergeeft dat daar de bewoonde wereld is. En niet alleen die van de mens, maar ook die van onze medebewoners, de dieren.
Mijn visie is; heb respect voor al wat leeft, hoe klein het ook is. En dit gegeven is geworteld in mijn brein, door mijn bloedbaan, dwars door het hart. En als ik dan zo’n klein beestje naast de vangrail zie lopen krijg ik meteen een schok van jewelste door mijn sodemieter, dat wil je niet weten.

Het was een flits, een seconde, maar het zit dus al in mijn kop om er voorlopig niet uit te gaan. En om me elke minuut van de dag me eraan te herinneren, dat wij niet alleen zijn en niet het alleen recht hebben. Hier en daar een egeltje, meedogenloos doodgereden, daar een kat, verderop weer een konijntje, of haasje. Je ziet die mooie lijfjes liggen en dan bedenk je, je hebt geen schijn van kans gemaakt. Misschien reed hier net iemand die er wel van genoot, iemand die het verder niets doet.
Waarvoor je niet een levend wezen bent maar een ‘zaak’.

Mijn hart bloed, mijn hoofd slaat op hol. Is er nu echt geen andere manier? Kunnen ze die snelwegen niet overkoepelen of iets dergelijks? Gewoon overal tunnels van maken? En daarbuiten de natuur de natuur laten zijn. Leven en laten leven. Zou dat niet kunnen? Een beetje Sci Fi- achtig misschien, maar het kan toch? En dan van die kanaaltjes over de tunnels heen zodat al wat leeft daarover heen kan wandelen. Want zij kiezen daar toch niet voor? Zij kiezen niet voor nog meer snelwegen omdat wij het zo nodig vinden nog harder en sneller te moeten dan goed voor ons is.

Ik besef heel goed dat dit een niet haalbare droom is, een fantasie, niet realistisch. Maar toch.
Zou het niet kunnen?? En zou het niet fantastisch zijn? Zo behouden we nog een beetje onze natuur,
en de weinige diersoorten die we nog hebben. Ik kan me gewoon niet voorstellen dat elk mens op deze aardkloot alleen maar aan zichzelf denkt.

Of….ben ik nou zo naïef hier over na te durven denken?

Posted in Gewoon, dingetjes | Tagged | Leave a comment